F1 – Hommage aan Niki Lauda, die op 70-jarige leeftijd overleed (deel 1/2).

Niki Lauda is op 70-jarige leeftijd overleden. De Oostenrijker, die na een longtranplantatie vorig jaar zwaar op de sukkel was met zijn gezondheid, werd drie keer wereldkampioen F1 en wordt in zijn thuisland beschouwd als een nationale held. Tien jaar geleden, naar aanleiding van zijn 60ste verjaardag had ik de eer en het genoegen een avond met hem te kunnen doorbrengen in privésfeer. Deze unieke belevenis met Niki Lauda, die toen verrassend open uit de hoek kwam (vooral over Lewis Hamilton), willen we jullie niet onthouden. Het artikel, dat in maart 2009 in het maandmagazine Pro Drivers verscheen, brengen we dan ook (in twee delen) als een hommage aan Niki Lauda.

Op de praatstoel: Niki Lauda

Als autosportfanaat krijgt men niet snel de kans om bij een legende als Niki Lauda op de koffie te gaan. Het was voor mij dan ook een droom die werkelijkheid werd…

De sneeuw valt met pakken uit de hemel als ik me in Thaur (Innsbrück) een weg baan naar de voordeur van het stulpje waar Niki Lauda enkele dagen geleden zijn verjaardag vierde. Ietwat bibberend – niet enkel van de kou – wil ik op de deur kloppen, maar die wordt al geopend en nog voor ik iets kan zeggen drukt Lauda me de hand en nodigt hij me uit naar binnen… Lauda, drievoudig wereldkampioen Formule 1 (1975, 1977 & 1984), werd op zondag 22 februari jongstleden (2009, red.) 60 jaar en zit nog quasi dagelijks in de cockpit. Niet van een F1 bolide, maar van één van de vliegtuigen van zijn maatschappij Fly Niki.

Na wat keuvelen over het koetjes en kalfjes, o.a. over het lawinegevaar dat op dat moment bij ons heerst, komt Lauda´s  echtgenote Birgit met de wijn op de proppen en we belanden al vlug aan bij de thema´s autosport en Formule 1.Het is allemaal niet meer zoals vroeger, opent Niki Lauda.Misschien is dat maar goed ook. Zie mij hier zitten… Maar toch kan ik me niet van het idee ontdoen dat de huidige rijders in de Formule 1 de risico´s te veel schuwen. Wij reden destijds telkens op de limiet, veelal met de dood als copiloot. Dat was deels het charisma van de sport, zowel voor de rijders als voor de fans. Nu heeft de Formule 1 als sport geen charisma meer en de rijders als individuen nog minder. Neem nu bvb Lewis Hamilton. Hij kan best aardig aan een stuurtje draaien en petje af voor het feit dat hij op zo jonge leeftijd reeds wereldkampioen is. Maar die jongen heeft de uitstraling een aardappel. Het enige charisma rond Hamilton is zijn vriendin, en dan nog in grote mate omdat ze een meid van de Pussycat Dolls is.”

Vroeger… De beginjaren van Niki (Nikolaus) Lauda dus… Nadat hij zijn opleiding in de automechanica tot een goed einde bracht kwam de jonge Lauda al snel in de autosport terecht. Als 18-jarige behaalde hij zijn eerste successen, doch met bescheiden wagens. “Op 15 april 1968 behaalde ik mijn eerste podiumplaats, ik werd tweede in een race van het Mini Cooper S 1300-kampioenschap. Amper twee weken later was het wel raak: ik zegevierde in de toen erg bekende klimkoers van  Dobratsch. Zo deed ik nog een aantal jaren verder. Dat waren de jaren dat Jochen Rindt met Brabhams, Porsches en Ferrari´s rond scheurde, terwijl zowat heel Oostenrijk nog rond tufte in een VW Kever… Maar Rindt was een grote naam in Oostenrijk. Hij kwam jammer genoeg in 1970 om het leven in Monza. Rindt kon alles wat een ander niet kon, zelfs wereldkampioen worden na zijn dood… Hij liet een leegte na, niet enkel in de sport, maar in gans Oostenrijk. Zo kreeg ik vrij onverwacht de kans om de stap naar de Formule 1 te zetten.”

Zijn debuut in de F1 maakte Lauda in een March-Ford tijdens de GP van Oostenrijk. “Maar ik had geen vast contract”, vervolledigt Niki, “telkens moest ik afwachten of ik de volgende race terug van de partij zou zijn.”  Dat duurde tot de GP van Monte Carlo in 1973. Hij reed toen voor het BRM-Team, waar zijn talent werd opgemerkt door Enzo Ferrari. Een jaar later werd hij ingelijfd in het team van Ferrari. “En deze keer wel met een contract”, lacht Niki fier. “Tijdens mijn eerste jaar bij Ferrari won ik in Jarama mijn eerste Grand Prix. Een jaar later schonk ik Enzo en de zijnen de wereldtitel. Een mooi moment…”

Dries De Smet

(Morgen deel 2, met daarin het dramatische jaar 1976.)